Skip to content

IMMERSIEVE JOURNALISTIEK

IN GESPREK met het publiek

  Geplaatst op 29 mei door Nele Goutier

Sirenes, gegil, totale paniek. Er is een bom gevallen. Overal is rook. Als je naar beneden kijkt, besef je dat je op een brancard ligt. Ook jij bent gewond. Het beeld wordt zwart en het volgende moment zit je in een auto, omringd door vreemden. Je slaat op de vlucht. Het is een levensgevaarlijke situatie.

Als het verhaal is afgelopen, zetten acht mensen de Virtual Reality-brillen van hun hoofden om terug te keren in de ‘echte’ wereld: een kleurrijke ruimte in Utrecht met een grote tafel als centraal middelpunt. Onderzoekers van JournalismLab zijn hier anderhalf uur bijeen om nieuwe verhaalvormen in de journalistiek te bespreken vanuit het oogpunt van de gebruiker. Om de tafel: de deelnemers van de focusgroep, nieuwsconsumenten tussen de 21 en 72 met uiteenlopende achtergronden en interesses. Aan het hoofd onderzoekers Yael de Haan, Kiki de Bruin en Nele Goutier. De focusgroep is de eerste in een serie van vier, en is onderdeel van een tweejarig onderzoeksproject van de Hogeschool Utrecht, de Universiteit van Amsterdam, de NOS, NTR, VPRO, KRO-NCRV en Stichting Beeld en Geluid.
            Op tafel liggen post-its, waarop steeds meer steekwoorden verschijnen. ‘Heftig’, ‘realistisch’, ‘impact’. Het zijn de eerste associaties van de deelnemers bij de bekeken productie. Als iedereen klaar is, wordt de stilte verbroken. “Dat was indrukwekkend.”

ONDERDOMPELEN

Support for Refugees is één van de verhalen die de deelnemers vanavond bekijken en bespreken. Hoewel de besproken producties uiteenlopen, hebben ze één ding met elkaar gemeen: de makers hebben de bedoeling om de gebruiker in het verhaal onder te dompelen. Wereldwijd wordt er steeds meer geëxperimenteerd met dit type verhalen, ook wel immersieve journalistiek genoemd – afgeleid van het Engelse woord voor onderdompelen. De afgelopen twee jaar onderzocht het onderzoeksteam wat immersieve storytelling in de journalistiek precies inhoudt, hoe het gemaakt wordt en wat de (onbewuste) effecten op de gebruiker zijn. Maar wat de gebruiker ervan vindt en of dit soort producties past binnen de journalistiek, bleef tot nu toe onbelicht. Juist deze informatie is essentieel voor makers. Immersieve verhalen zijn immers duur en tijdrovend om te maken.

Support for refugees is één van de immersieve verhalen die de deelnemers van de focusgroep bekijken. Het is bewust geen journalistieke productie, zodat we kunnen bespreken waar de grens tussen journalistiek en film ligt.

Immersieve journalistiek:
wat is dat?

Voor we dieper ingaan op de focusgroepen, moeten we even uitzoomen. Want wat bedoelen we precies met immersieve journalistiek? Er zijn drie verschillende ingrediënten die kunnen zorgen dat de gebruiker zich ondergedompeld voelt in een verhaal.

  1. De technologie. Van Virtual Reality tot Augmented Reality, 360-graden video’s, maar ook 360-graden (spatial) audio: er zijn allerlei technologieën die de gebruiker het verhaal intrekken.
  2. De interactiemogelijkheden. Zo kun je in sommige verhalen in 360 graden om je heen kijken, terwijl je in andere verhalen zelf je route in een virtuele omgeving bepaalt, opdrachten moet uitvoeren of invloed hebt op de loop van het verhaal. Dit betrekt de gebruiker bij het verhaal.
  3. Het narratief. Ook de rol die de gebruiker speelt in het verhaal is essentieel voor de mate waarin hij of zij zich ondergedompeld voelt. Speelt de gebruiker een rol in het verhaal (first person experience), dan zal hij zich eerder ondergedompeld voelen dan als hij alleen toekijkt vanaf de zijlijn (third person experience)

Verschillende manieren

Er zijn verschillende manieren om de immersieve ingrediënten toe te passen en eventueel te combineren. De productie Notes on Blindness, bijvoorbeeld, gaat over een professor die langzaam zijn zicht verliest en in die periode audiodagboeken opneemt. De gebruiker kan deze video bekijken in een VR-bril en beleeft hoe het is om zelf blind te worden. De gebruiker kruipt in de huid van de hoofdpersoon en moet opdrachten uitvoeren om te zorgen dat het verhaal verder gaat. Het is dus een first person verhaal met interactiemogelijkheden én immersieve technologie in de vorm van VR. Maar niet alle immersieve verhalen bevatten alle ingrediënten. Sommige producties zetten bijvoorbeeld vol in op interactie, maar maken geen gebruik van geavanceerde technologieën. Neem Beleef de Nachtwacht van de NTR, waar de gebruiker op een interactieve website zelf op onderzoek uit kan in het wereldberoemde schilderij van Rembrandt door verschillende onderdelen aan te klikken. Anderen pakken het laagdrempeliger aan, door bijvoorbeeld de binnenkant van de Bijlmer Bajes te filmen in 360 graden (Rondkijken in de Bijlmer Bajes) waardoor de gebruiker een plek kan ontdekken die normaal niet toegankelijk is. Benieuwd naar meer voorbeelden? Kijk dan hier eens.

Hoewel er veel mogelijk is, blijft de vraag: wat vinden gebruikers eigenlijk van de verschillende mogelijkheden? Waarom vinden zij het één wel werken en het ander niet? En past, als het aan de gebruiker ligt, een verhaalvorm die geassocieerd wordt met het oproepen van emoties überhaupt bij de journalistiek, een vakgebied dat objectiviteit van oudsher hoog in het vaandel heeft staan?

INZICHTEN UIT DE FOCUSGROEPEN

“De journalistiek moet verder gaan dan het nieuws”

Om daarachter te komen, moeten we eerst ontdekken wat de deelnemers verwachten van de journalistiek. Per focusgroep brachten we daarom zes tot acht nieuwsconsumenten tussen de 21 en 75 jaar bijeen, met uiteenlopende achtergronden en interesses. Dit waren steeds kijkers van één publieke omroep, van onze partners van de NOS, VPRO, KRO-NCRV en de NTR. Zo konden we hen van inzicht in hun eigen publiek verschaffen. Onze eerste vraag: wat is volgens de deelnemers eigenlijk ‘journalistiek’?

Hoewel de deelnemers elkaar niet kennen, zitten ze ontspannen aan tafel. Er liggen papiertjes en stiften verspreid over de tafel, koffie en thee dampen. Iedereen is druk aan het schrijven tot de gespreksleider meldt dat de tijd om is. Eén van de deelnemers neemt het woord: “Heel belangrijk is dat er meerdere invalshoeken worden gekozen en dat er  achtergrondinformatie wordt gegeven. Dat het niet alleen de mening van één persoon is.” De groep knikt. “Diepgravend onderzoek, dat is heel belangrijk”, vult een ander aan. Meerdere mensen hebben ‘feiten’ en ‘objectiviteit’ opgeschreven. Verder passeren onder andere ‘hoor en wederhoor’, ‘waarheidsvinding’ en ‘goed onderzoek’ de revue. Maar ook aan duiding en achtergronden wordt veel waarde gehecht. “De journalistiek moet verdergaan dan alleen het nieuws. Dus wat Trump zegt, dat is eigenlijk niet meer echt genoeg. Dat kan je zelf ook opzoeken. De journalist moet daar iets aan toevoegen.”

Al gauw belandt het gesprek op fake news: een zorg die iedere groep deelt. “Er is veel behoefte aan nieuws en als dat er even niet is, word je als journalist misschien creatief met de waarheid”, denkt de één. Een ander denkt dat haast en gejaagdheid tot vergissingen kunnen leiden. Aan de overkant van de tafel wordt benoemd dat de druk op de media steeds groter wordt. “Door sociale media wordt er steeds meer nepnieuws verspreid. Er worden twijfels gezaaid en dat zet de journalistiek onder druk.” De groep is het eens: het is een grote uitdaging voor het journalistieke vak. Wat is de invloed van immersieve verhalen hierop?

“Er is veel behoefte aan nieuws en als dat er even niet is, word je als journalist misschien creatief met de waarheid”

Om die vraag concreter te maken, worden de VR-brillen tevoorschijn gehaald. De deelnemers bekijken drie producties, die steeds afzonderlijk worden nabesproken. Er komen drie soorten immersieve technologie voorbij: 360-graden video (Rondkijken in de Bijlmerbajes), geanimeerde Virtual Reality (Onzichtbaar Nederland) en VR met echte videobeelden (Support for Refugees). Deze laatste is bewust geen journalistieke productie, zodat we met de deelnemers kunnen verkennen waar de grens ligt. Verder is er één productie met vergaande interactiemogelijkheden (Beleef de Nachtwacht). Support for Refugee Crisis is bovendien een first person experience, waar de andere verhalen in derde persoon verteld worden.

Elke productie maakt daarmee op een andere manier gebruik van de immersieve ingrediënten technologie, interactie en narratief. Hoe ervaren de deelnemers die? En wat doen ze met de betrouwbaarheid?

Technologie

“Als ik om me heen kan kijken, wordt het geloofwaardiger”

De vier groepen laten een unaniem geluid horen: immersieve technologie kán een ‘wow-effect’ hebben, maar alleen als het van hoge kwaliteit is. Zodra de technologie hapert, lastig te installeren is of het beeld onscherp blijft, ervoeren de deelnemers de technologie eerder als een struikelblok dan als een waardevolle toevoeging aan een verhaal. “Ik vond het vermoeiend om naar te kijken”, vertelt één deelnemer na het kijken van een VR-verhaal. Een ander benoemt een onrustig gevoel bij het bekijken van een 360-gradenvideo waarin geen verhaallijn zit. “Als iemand een film maakt, kiest hij of zij een focus. En die focus is hier niet, omdat je overal naar kan kijken. Je weet niet waar de maker van de film de focus op probeert te leggen, dus je moet constant overal om je heen kijken.”

Toch wordt 360-gradenbeeld, mits van goede kwaliteit, door anderen juist gewaardeerd. “1 procent van wat er gebeurt komt maar op het nieuws. Als je om je heen kan kijken, krijg je een beter beeld van de sfeer en de context. Maar dan moeten het wel echte beelden zijn, geen animatie. Dan is het alsnog scripted.” Een deelnemer voegt toe: “Als ik om me heen kan kijken wordt het geloofwaardiger, maar dan wil ik ook invloed hebben op de informatie die ik krijg. Nu beslist een ander alsnog wat ik te weten kom.” “Jij wil dus interactie?”, vraagt de gespreksleider. De deelnemer knikt instemmend.

In de productie Rondkijken in de Bijlmerbajes van de NOS kan de gebruiker 360 graden om zich heen kijken in de Amsterdamse gevangenis.

Interactie

“Je krijgt het gevoel dat je echt mag wroeten”

Interactie blijkt voor de deelnemers vooral van meerwaarde als het inzicht geeft in het onderzoeksproces en meerdere invalshoeken verschaft – in lijn met de waarden die zij eerder in het gesprek met de journalistiek in verband brachten. Een deelnemer legt het uit: “Ik lees veel verschillende kranten. Dan zie je dus dat elke krant uit hetzelfde onderzoeksrapport nét een ander onderdeel uitlicht. Ze spreken allemaal de waarheid, maar ze pakken net allemaal een ander stukje en geven daaraan hun eigen interpretatie. Daarmee is het niet fout. Het is niet dat ze liegen. [..] Maar als jij niet goed oplet, word je toch op het verkeerde been gezet.”

En juist in dit vraagstuk kan interactie een rol spelen, blijkt als we de Beleef de Nachtwacht bekijken. Het is een productie waarin de gebruiker zich kan verdiepen in verschillende aspecten van het wereldberoemde schilderij van Rembrandt, door op onderdelen in te zoomen en zo een eigen ‘tour’ samen te stellen. Terwijl de één alles wil weten over de compositie, is een ander geïnteresseerd in de restauratie van het werk en wil weer een ander wel eens weten wie al die mannen op het doek nu eigenlijk zijn. Alles wat ervoor nodig is om op ontdekking te gaan, is een laptop, computer of smartphone. Qua technologie is de productie dan ook weinig geavanceerd, qua interactiviteit des te meer.

Dat bevalt de deelnemers van de focusgroep goed: “Je kunt je eigen tempo bepalen en kiezen wat je wilt horen en hoe lang je wil kijken. Je krijgt het gevoel dat je alles mag weten, dat je echt mag wroeten. Dan zie je dat de journalist echt zijn onderzoek gedaan heeft.” “Ik had het gevoel onbegrensde mogelijkheden te hebben”, zegt een ander. Aan de andere kant van de tafel wordt geopperd: “Als je dit voor grote nieuwsthema’s zou gebruiken, zou dat heel interessant zijn. Je kan veel beter laten zien hoe complex problemen zijn.” Volgens hen is het bovendien een manier om de aandacht vast te houden, omdat je op zoek kunt naar de onderdelen die voor jou interessant zijn.

Transparantie

Hij snijdt daarmee een belangrijk thema aan: de rol die de journalist volgens de deelnemers zou moeten spelen. De taken die eerder in het gesprek met de traditionele journalistiek in verband werden gebracht – zoals waarheidsvinding, gedegen onderzoek, hoor en wederhoor en duiding –  blijken onverminderd van toepassing op immersieve journalistiek, tenminste als het aan de deelnemers ligt. Veel van hen waarderen het als een immersieve productie laat zien dat gedegen onderzoek gedaan is en hoor- en wederhoor zijn toegepast. Tegelijkertijd zijn de deelnemers kritisch op het ideaal van objectiviteit: “Een journalist maakt altijd een bepaalde selectie en kleurt daarmee het verhaal.”

“Wat mij aanspreekt, is als de maker aangeeft bepaalde dingen niet te weten.”

Transparantie wordt om die reden aangemoedigd: “Wat mij aanspreekt, is als de maker aangeeft bepaalde dingen niet te weten. Dat geeft mij vertrouwen, want er is geen absolute waarheid.” Vanuit die gedachte, die leeft bij veel van de deelnemers, ontstaat in immersieve journalistiek een nieuwe rol voor de journalist. Hij wordt geacht de gebruiker weliswaar bij de hand te nemen, de nodige context te bieden en doortastend onderzoek te doen, maar ook om ruimte te verschaffen zodat de gebruiker zelf inzicht op kan doen.

Onzichtbaar Nederland van de VPRO biedt de gebruiker een Virtual Reality kijkje in Nederland anno 2040

Narratief

De journalist is en blijft een verhalenverteller

Voldoende context en structuur blijven daarbij onverminderd van belang, want ook dit draagt bij aan transparantie. Na het kijken van Support for Refugees merkt een deelnemer op: “Het verhaal roept allerlei emoties op, maar er is totaal geen context. Ik mis dat echt.” Hij geeft daarmee woorden aan een behoefte die bij veel participanten leeft. Om een verhaal betrouwbaar te vinden, blijkt duiding essentieel. Als het aan de deelnemers ligt, moet er dan ook worden uitgezoomd om duidelijk te maken hoe een specifiek verhaal zich verhoudt tot een bredere situatie. Dat hoeft niet altijd in de productie zelf, maar kan ook in bijvoorbeeld een begeleidende tekst. Ook dit draagt bij aan het gevoel van betrouwbaarheid en transparantie, omdat het de gebruiker de kans geeft een verhaal te plaatsen. Hoewel de rol die de deelnemers voor de journalist zien dus verschuift, blijft het zijn taak om het verhaal op de juiste manier te brengen: met oog voor context en structuur voor gebruikersgemak en betrouwbaarheid. De journalist is en blijft een verhalenverteller.

En de rol van de gebruiker zelf? Hoewel de experimenten laten zien dat een first person experience zorgt voor meer emotionele betrokkenheid en begrip, merken de deelnemers van de focusgroep het verschil niet of nauwelijks. Wellicht is het in de bewuste productie (Support for Refugees) zo subtiel gedaan dat het te weinig opvalt.

“Emoties mogen nooit het hoofddoel worden”

En hoe zit het met het oproepen van emoties? Veel deelnemers geven aan dat bepaalde producties inspelen op hun gevoel. “Je hebt een intensere beleving en krijgt er daardoor al snel meer emotie bij.” Hoe vinden ze dat? En in hoeverre past dit volgens hen bij de journalistiek?

Voor veel deelnemers is het oproepen van emoties geen probleem, zolang het geen doel op zich wordt. “Als je als journalist zelf veel empathie voelt bij het onderwerp, dan breng je dat over op diegene die het leest of kijkt.” Zijn buurman reageert: “Je kan die empathie zelf wel hebben, maar je hoeft het niet actief over te brengen. Er is een verschil tussen laten zien wat er gebeurt of echt empathie meegeven. Het moet toch uit mensen zelf komen.” Daarmee is de rest het eens: “Als je het gaat sturen, dan ben je inderdaad filmmaker en geen journalist.”

“Als je het gaat sturen, ben je filmmaker en geen journalist.”

De groep bespreekt wanneer iets sturend wordt. “Het mag niet te filmisch zijn”, vindt een deelnemer. Hij refereert naar Support for Refugees, waarin de gebruiker een explosie meemaakt en vervolgens vlucht naar een vluchtelingenkamp. “De beelden van zo’n kamp kunnen best echt zijn. Maar die ontploffing zit vol met special effects. En dan denk ik: ik zit in een film. Dat is niet journalistiek. Emoties mogen nooit het hoofddoel worden.”

Opnieuw belandt het gesprek op betrouwbaarheid. De meningen over het ensceneren van verhalen lopen uiteen. Terwijl de één vindt dat de journalist ernaar moet streven om zo dicht mogelijk bij de waarheid te blijven, vindt de ander dat ook nagespeelde of geanimeerde verhalen een plek verdienen in de journalistiek – zolang het realistische onderwerpen betreft met voldoende duiding. We komen er niet uit. Maar over één ding zijn vrijwel alle deelnemers het eens: bijna unaniem moedigen ze journalisten aan om te experimenteren met nieuwe verhaalvormen, zelfs al pakt het niet altijd succesvol uit. “Ik denk dat dat voor mij ook de belangrijkste boodschap is. Probeer eens wat. Wees innovatief en blijf niet hangen op het een óf het ander. Alleen dan kun je bijblijven. ”

Zeven tips van de gebruiker voor de maker

  • De inhoud moet leidend zijn. Staar je niet blind op de vorm en voeg alleen immersieve elementen toe als deze daadwerkelijk bijdragen aan het verhaal.
  • Laat zien dat je gedegen journalistiek onderzoek hebt verricht. Dit vergroot de transparantie en betrouwbaarheid. Zorg daarom voor voldoende context.
  • Interactie wordt gewaardeerd en kan de betrouwbaarheid eveneens vergroten.
  • Zorg voor hoogwaardige technologie. Zodra de technologie niet vlekkeloos werkt of van suboptimale kwaliteit is, wordt het eerder als obstakel dan als waardevolle toevoeging beschouwd.
  • Zorg, ook in interactieve verhaalvormen, voor voldoende handvatten. De gebruiker wil een gevoel van vrijheid ervaren om op onderzoek uit te gaan, maar verwacht ook dat duidelijk is welke opties hij heeft en hoe hij kan zorgen dat hij niks mist. Zorg in 360-gradenvideo’s dat duidelijk is waar de gebruiker moet kijken, bijvoorbeeld aan de hand van audiocues.
  • Bied, waar mogelijk, één verhaal in verschillende vormen aan, zodat de gebruiker zelf kan kiezen welk type het best aansluit bij zijn voorkeuren.
  • Blijf experimenteren!